Reggelopen rondom Goor

Tijdens mijn loopjes langs de Regge volg ik zoveel mogelijk de loop van de rivier. De Regge loopt van Diepenheim noordwaarts naar Ommen. In deze eeuw heeft de rivier haar loop terug gekregen die zij in de vorige eeuw verloor.

Hoezo: geen natuur meer in Nederland. Roodbont koeien laven zich aan de verfrissende koelte van de Hagmolenbeek.

Voor de wandelaar wordt dit land er ieder jaar beter op, stel ik opgelucht vast wanneer we de Regge volgen rondom Goor. Thuis had ik me over de stafkaart nog de nodige zorgen gemaakt. Het is ons plan om de loop van de Regge zoveel mogelijk te volgen. Dat lukt in en ten noorden van Goor prima maar de terugtocht naar station Goor moet natuurlijk ook een beetje de moeite waard zijn. Gelukkig bleek de Hagmolenbeek voor het grootste deel aan die wens te voldoen. De laatste kilometers van vandaag door en langs het bedrijventerrein en de bungalowwijken van Goor geeft dit rondje een slot dat de vergelijking met een gemiddelde avondvierdaagse moeiteloos doorstaat.

De start is veelbelovend. Vanuit het prachtige stationsgebouw van Goor, een fraai staaltje Waterstaat-architectuur uit de 19e eeuw zetten we koers richting het Twentekanaal. Waar we de vorige tocht de Regge aan de zuidkant van het kanaal ónder het kanaal zagen verdwijnen, zien we hem aan de noordkant weer tevoorschijn komen. We kunnen hier dus spreken van een kanaaltunnel. Het is zelfs mogelijk om direct langs het riviertje verder te lopen richting Goor, wat in het wandelboekje Reggepad uit 2011 nog niet mogelijk was. En zo blijkt vandaag dat op wel meer plekken er voor wandelaars nieuwe mogelijkheden zijn.

IJsclub Goor heeft zijn zaakjes goed voor elkaar, getuige het degelijk gemetselde en goed onderhouden clubhuis.

We komen Goor binnen ter hoogte van de ijsbaan. Ook op deze zonnige en wolkenrijke dag blijkt maar weer eens hoe mooi een natuurijsbaan zonder ijs is. Het degelijk gemetselde clubhuis en de stevige lichtmasten verraden een goedgevulde clubkas. Een kas die gevuld wordt door trouwe donateurs die tevreden zijn met de spaarzame momenten dat ze de ijsbaan als zodanig kunnen gebruiken. Ook de handgeschilderde logo’s van IJsclub Goor op de goed in de verf zittende luiken aan het clubhuis geven vertrouwen voor de toekomst.

In de bebouwde kom van Goor is het behoorlijk goed mogelijk de rivier te volgen. Zo heel nu en dan moeten we een blokje om bij een bordje met “geen toegang” maar ook over het bedrijventerrein is het water makkelijk te volgen. De bruggen over de Regge zijn gloednieuw en verraden de nodige ambitie bij de verantwoordelijke ingenieur. Er is duidelijk geprobeerd meer dan een betonnen plaat over het water te schuiven. Gezien de breedte van de Regge was dat op deze plek trouwens meer dan voldoende geweest.

De Regge stroomt dwars door Goor en is voor de wandelaar prima te volgen.

In de buurtschap Elsenerbroek moeten we een klein ommetje te maken omdat de Regge verdwijnt in het steile talud van de N347 maar dat zijn dan ook direct de laatste meters van de rivier die we missen vandaag. Het gedeelte tussen de grote weg en de autosnelweg ten zuiden van Enter ligt er nagelnieuw en volgens de laatste waterstaatkundige inzichten bij. De bulldozers die de meanders hebben gegraven en de walkanten hebben afgevlakt lijken nog maar net vertrokken. Het gele zand ligt er nog kaaltjes bij, klaar om plaats te bieden aan de bloemetjes die de laatste decennia vanwege de intensieve landbouw zijn verdwenen.

Ter hoogte van buurschap Elsenerbroek lijkt de Regge bijna op echte natuur.

Vlakbij de snelweg is een fonkelnieuwe houten ophaalbrug over de Regge aangelegd. Net als bij het begin van de Regge bij landgoed Westerflier is ook hier een bord neergezet dat aangeeft wat de tolprijzen zijn voor paarden, voertuigen en personen. Entenaren betalen niets lezen we. “Deze brug is een pastiche!” merkt Gunter op, mijn wandelvriend voor vandaag, “hij moet doen alsof het vroeger is.”

De nieuwe ophaalbrug over de Regge, ter hoogte van de A1 bij Enter.

Om onze weg terug naar Goor te vinden stelt Gunter voor de Hagmolenbeek zuidwaarts te volgen. Deze beek waren we een paar honderd meter voor de tolbrug al gepasseerd op het punt waar deze in de Regge uitmondt. Ook langs deze beek zijn de oevers keurig afgeschuind en krijgt de wandelaar alle ruimte. We houden het water aan onze rechterhand en bereiken na een klein uurtje lopen het Twentekanaal. Vanaf daar resten ons verlaten asfaltweggetjes tussen moderne landbouwbedrijven voor het laatste stukje. Op de valreep passeren we een mariakapelletje dat in 2005 is gebouwd en dat, net als de ophaalbrug bij Enter, de indruk wil wekken hier al eeuwen te staan. “Waarom maken ze hier niet een moderne kapel?” vraagt Gunter zich af, “dan geef je aan dat het geloof hier nog springlevend is en middenin de samenleving staat. Nu lijkt het van afstand op een gerestaureerde oude kapel.” Misschien is dat laatste wel veel passender bij de status van het hedendaagse geloof, werp ik tegen.

De Mariakapel uit 2005, vlakbij Goor.

In de nieuwbouw van Goor passeren we nog een gerestaureerde havezate met nieuw gebouwde koetshuizen. Daaromheen bungelows zoals je die overal in Nederland aan kunt treffen. Dit dagje Regge ademt een compleet andere sfeer dan onze twee vorige verkenningen. Waar we ons rond Diepenheim konden onderdompelen in een landschap waar Swiebertje zich thuis zou voelen, is het vandaag rond Goor “kleur, geur, smaak nog heerlijkheid” zoals Lourens, een andere wandelvriend misprijzend op zou merken. Maar gelukkig hebben de huidige inzichten met betrekking tot de waterhuishouding ons een leuk dagje langs de ouderwets slingerende Regge opgeleverd.  

Een streekeigen “huisgemaakte ’ aspergekroket en een patatje mèt vormde de corona-bekroning van onze derde Regge verkenning. Dit keer liepen we rond de Regge rondom het Twentse Goor.

Eenmaal in Goor aangekomen doen wij ons te goed aan een zelfgemaakte asperge-kroket en begeleidende patat en milkshake bij snackbar “D’olde putte”. We doen dit op kleurig met mozaïek ingelegde zitjes bij de Willen Alexander boom die in 2013 is geplant ter gelegenheid van de kroning. In niet-corona tijden hadden we ongetwijfeld een biertje gedronken bij een van de vele cafe’s en restaurants in Goor. Vandaag dus op anderhalve meter afstand van elkaar in de buitenlucht tegenover de snackbar.