Enter vooruit!

Tijdens mijn loopjes langs de Regge volg ik zoveel mogelijk de loop van de rivier. De Regge loopt van Diepenheim noordwaarts naar Ommen. In deze eeuw heeft de rivier haar loop terug gekregen die zij in de vorige eeuw verloor.

Ten oosten van Enter lijkt de Regge steeds meer op de rivier die zij vroeger was.

Niet vaak werd ik tijdens het wandelen zo vrolijk als vandaag rondom de Regge. Het is mijn vierde verkenningstocht en ik pak de draad op waar ik de vorige wandeling vanuit Goor gebleven was. Het is mijn bedoeling de rivier zoveel mogelijk te volgen en zo min mogelijk over te slaan. Thuis stelde de stafkaart en het routeboekje Reggepad uit 2011 me voor een paar hoofdbrekens. Vooral het stuk tussen de snelweg en Enter, het volgende dorp, baarde me zorgen. Ik was dan ook aangenaam verrast toen in de praktijk bleek dat het waterschap de laatste jaren niet stil heeft gezeten. Met positieve gevolgen voor de natuur en ook voor mij.

Het is stil in het dorp wanneer ik parkeer op het marktplein. Van Enter weet ik niet veel meer dan dat ze er klompen en zompen maken. Klompen spreken voor zich en kun je overal op het platteland zien. Zompen daarentegen zie je alleen op de Regge. Het zijn kleine platbodems die vroeger gebruikt werden om vracht te vervoeren over de Regge via de Overijsselse Vecht en de IJssel naar de Zuiderzee en verder. Tegenwoordig wordt de zomp gebruikt om toeristen te vervoeren tussen Enter en Rijssen.

Maar bij Enter denk ik natuurlijk ook aan Hennie Stamsnijder, de veldrijder die in de jaren 80 furore maakte en een boeiende tweestrijd leverde met Reinier Groenendaal (“De kleine man uit Sint Michielsgestel” aldus commentator Jean Nelissen op Studio Sport). Ik heb eens gehoord dat Hennie na afloop van zijn carrière het plaatselijke Chin. Ind. Spec. Restaurant van Enter had overgenomen en de naam “Fu Yong Hennie” had gegeven.

Ik loop het dorp uit over de Bornerbroekseweg en kan de verharde weg al snel inruilen voor een grindpad langs een wetering. Op mijn kaart had ik al een aantrekkelijk uitziend paadje gevonden richting de Regge. Ik ben benieuwd of ik vanaf daar de rivier naar het zuiden kan volgen richting de tolbrug bij de A1. Waar stafkaart en routeboekje niks aangeven blijkt de werkelijkheid aangenamer. Aan de jonge inplant te zien is het waterschap nog maar net klaar met de herinrichting van dit gebied. Ik kan over een nieuw aangelegde brug naar de oostelijke oever en tot pal aan de snelweg het water volgen. Dat is een onverwachte meevaller.

De midgetgolfbaan op Landgoed Rheins ligt er goed onderhouden bij. Het lijkt erop dat dit ultieme jaren zestig familievermaak in Enter nog steeds op veel belangstelling kan rekenen.

De uitspanning Rheins biedt de wandelaar een rustiek aangelegd terras en restaurant maar is vanwege de corona gesloten. Daarom nuttig ik op een picknickbank bij de voormalige herberg en tolbrug koffie uit de thermosfles en speur ik de omgeving af om via zoveel mogelijk achterafweggetjes weer naar het noorden te lopen.

Het clubhuis van IJsclub De Lee ligt goed verscholen in de bosrand aan de Ganzenweg.

Net als bij Goor passeer ik ook nu weer een ijsbaan. Het clubhuis ligt verscholen in de bosrand maar getuigt van veel liefde voor de schaatssport. Aan twee zijden van het houten gebouw hangen grote uitgezaagde silhouetten van schaatsers. Aan de voorzijde zijn deze zelfs voorzien van echte, verroestte, noren. Hier kun je schaatsen met uitzicht op de kerktoren van Enter.

In de directe omgeving van de Regge tussen Enter en Rijssen lijkt het bijna op hoe een rivier ooit bedoeld is.

Tot nu toe ben ik heel tevreden maar het wordt nog mooier. Ik ben nagenoeg terug op het beginpunt van mijn speurtocht en ontdek verschillende nieuw aangelegde paden aan beide zijden van de Regge. Een inwoonster van Enter vertelt me dat ze er vorig jaar nog een hard hoofd in had. “De hele boel stond hier op de kop. Ze hebben veel bomen gekapt en overal zag je bulldozers en zand. Maar het is echt geweldig geworden. Bijna dagelijks lopen veel Entenaren hier nu hun rondje.”

Tevreden en aangenaam verrast begin ik aan het nieuw aangelegd wandelpad bij Enter.

Ik houd de rivier aan mijn rechterhand en volg via vele nieuwe, zeer degelijke, houten klaphekjes wandelpaden door de nieuwe “uiterwaarden”. Het is de bedoeling dat het overtollige water hier de boel onder water gaat zetten en langer in het gebied blijft. Waar de Regge in mijn jeugd nog een afvoerkanaal was van vervuild rioolwater lijkt het nu bijna op een kronkelende rivier zoals je die als kind tekent. Op de drassige gronden grazen schapen en koeien en prikkeldraad zie je zelden. Ik ben verbaasd dat ik hier gewoon doorheen mag lopen. Meestal staat er in Nederland een hek om de natuur en mag je er niet doorheen banjeren. Bovendien is deze wandelroute langer dan een paar honderd meter wat gebruikelijk is in onze natuurterreinen die vaak niet groter dan een sportcomplex zijn. Vandaag loop ik meer dan een uur via allerlei kruip-door-sluip-door paadjes, hekjes, bruggetjes en dammetjes naar de pelmolen in Rijssen. Ondertussen zie ik de eerste bootjes op de Regge. Blijkbaar kun je die huren en in coronatijden is dat natuurlijk een prima activiteit. Naast motorsloepen zie ik ook kano’s.

Het parkbos rondom havezate De Oosterhof in Rijssen zorgt voor de nodige afwisseling op de route.

In Rijssen twijfel ik over de route terug naar Enter. Ik kan een stukje teruglopen en dan langs de andere oever van de rivier teruglopen. Ik kies ervoor dat een volgende keer te doen maar nu langs het Volkspark en het landgoed rond havezate De Oosterhof door de weilanden richting bungalowpark De Elsgraven te lopen. Voor de landschappelijke afwisseling is dat wel aardig en op deze manier kom ik ook langs de Entergraven, een wetering zoals de Regge er hier een paar jaar geleden ook nog uitzag.
Het bungalowpark bestaat uit witte huisjes verscholen in het groen. Op de kaart ziet het er verontrustender uit dan in werkelijkheid. Ook het lopen langs de wetering is geen straf. Het is dat ik vanmorgen over kronkelige paadjes exclusief voor wandelaars heb gelopen anders had ik met deze wetering ook genoegen genomen. Het verschil met de Regge is goed te zien. Hier hoge rechte oeverkanten, veelal betimmert of met beton begrenst en geen overbodige bochten: het water moet zo snel mogelijk afgevoerd kunnen worden.

Vlak voor ik Enter bereik passeer ik een keurig aangelegde tuin van een al even smetteloos gebouwde villa met boerderij-achtige elementen. Aan het begin van de oprijlaan lees ik op een bord “Babyspa Twente, since 2019”. Het gaat goed met Nederland, heel goed. Hopelijk kan de beginnende ondernemer na de coronacrisis de vraag naar deze exclusieve service nog aan want reken maar dat jonge ouders staan te popelen om met hun baby’s zodra de versoepeling dit toelaat massaal te gaan badderen in Enter.

De scheepswerf van stichting De Enterse Zomp is klaar om toeristen te ontvangen.
Zeg je Enter, dan zeg je zomp.

Terug in Enter loop ik ter hoogte van de voetbalvelden van Enter Vooruit langs een spiksplinternieuw gebouw dat er oud uit ziet dat de Zomp Werf blijkt te zijn. Gezien de grote parkeerplaats en het terras is hier met veel ambitie een toeristische voorziening ontwikkeld teneinde Enter en de zomp voorgoed op de kaart te zetten. Ook voor deze onderneming geldt de coronacrisis als een hinderlijk uitstel van een succesvolle start. Ik loop terug naar het Markplein en kruis de Reggestraat en zie dat de sporthal “Zomphal” heet en de kantine het “Zompcafé”. Na Hennie Stamsnijder heeft Enter weer iets om trots op te zijn: de Regge en de zomp.