Bart Boerema (bovenste rij, tweede van links) tijdens zijn debuut als polderloper tijdens de lentetocht van 1999.
Bart Boerema hoort tot de polderlopers die door polderplanner Vellinga zijn verleid tot deelname. Metz was aangenaam verrast toen hij ontdekte dat Boerema, in tegenstelling tot Vellinga, over een gezonde kennis en belangstelling beschikte voor sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder. Dat maakte de laatste kilometer van menig tocht makkelijker te verteren.
Polderlooppionier Metz bestudeert tijdens de lentetocht van 2013 de toeristische kaart van Oostelijk Flevoland voorafgaand aan het diner in Chin. Ind. Spec. Rest. Golden City in Dronten.
Maarten Metz is de absolute recordhouder wat betreft het polderlopen. Hij was het die als eerste enthousiast samen met Jelle Andriesse naar het Observatorium wandelde om er de volgende morgen de zon op te zien komen. Tenminste, dat was de bedoeling. Die eerste keer, in de zomer van 1989, bleef er ’s ochtends een dikke laag bewolking aan de horizon hangen. Samen met Andriesse nam hij zich voor nog een keer terug te keren. Die volgende gelegenheid was de winter van dat jaar toen Andriesse samen met nog een paar genodigden zijn 24ste verjaardag vierde in het Observatorium. En weer bleef het bewolkt. Pas vier pogingen later, tijdens de winter van 1990 liet de zon zich ’s ochtends eventjes zien.
Polderloper Andriesse inspecteert zijn voetzolen na de allereerste poldertocht (zomer 1989).
Polderloper Andriesse is de geestelijk vader van alle polderlopers. Wanneer hij niet op het idee was gekomen om in de zomer van 1989 het Observatorium van Robert Morris te bezoeken, dan was de rijke traditie van het polderlopen nooit ontstaan. Het behoeft weinig betoog dat alle polderlopers schatplichtig zijn aan deze uitvinder uit Arnhem.
Sinds de eerste poldertocht in 1989 hebben meer dan honderd verschillende mensen een poging gewaagd getuige te zijn van de zonsopkomst in het observatorium van Robert Morris. Sommigen lieten het bij één poging, anderen kwamen een paar keer en een select gezelschap heeft het inmiddels geschopt tot meer dan vijfentwintig deelnames.
nIeder nieuw seizoen maken de polderlopers een tocht door de polder om de volgende ochtend bij zonsopkomst de eerste zonnestralen van het nieuwe seizoen te begroeten in het Observatorium tussen Lelystad en Swifterbant. Hier begroet polderlooppionier Metz de eerste zonnestralen van de herfst van 2021.nnnnnnnn
In de zomer van 1989 gingen voor het eerstntwee wandelaars op weg naar het observatorium. Ze vertrokken rond middernachtnuit Harderwijk en volgden de kaarsrechte polderwegen naar de Swifterringweg. Nanbijna dertig kilometer wandelen kwamen ze moe en uitgeput aan om vervolgensnvast te stellen dat het bewolkt was en er van een zonsopkomst geen sprake zounzijn.
nnnn
De mannen ondernamen in de winter van 1989 eennnieuwe poging om de kwaliteiten van dit landschapskunstwerk te ervaren: hetnaanschouwen van de eerste zonnestralen van een nieuw seizoen. Er werd dit keernniet gelopen. De kunstliefhebbers brachten de winternacht door rondom eennkampvuur en constateerden van toen het tijd was voor de zon om op te komen denhemel net als de eerste keer bewolkt was.
nnnn
Het tekent de vasthoudendheid en de nieuwsgierigheidnvan deze twee polderlopers dat ze in de lente van 1990 een derde pogingnondernamen. Dit keer per fiets vanuit Arnhem richting Lelystad. Ook deze keernvingen ze bot. Na ruim honderd kilometer fietsen en een belabberde nachtrustnmoesten ze voor de derde keer op rij tandenknarsend vaststellen dat ook ditnkeer de zonnestralen op een andere plek op de wereld te zien waren.
nnnn
Ondanks de teleurstelling over het missen van de zon was de liefde voor de polder na deze eerste drie poldertochten onmiskenbaar. Sindsdien is er geen seizoen voorbij gegaan zonder dat er twee of meer polderlopers ’s ochtends konden waarnemen of de zon op kwam. Ondertussen is deze traditie meer dan 25 jaar oud en van de meer dan honderd poldertochten eindigden er inmiddels velen in een prachtige zonsopkomst. Het kan dus wel!
Tevreden schrijft polderplanner Vellinga weer een nieuw ‘actiestation’ bij op zijn toch al niet onaanzienlijke lijst: station Steendijkpolder.
Poldertocht 122 gaat de geschiedenis in als de afsluitende etappe van de Tour de Polder. Deze provinciale etappekoers begon drie jaar geleden in het Zeeuwse Vrouwenpolder. Aanleiding voor dit initiatief was het feit dat zelfs de meest doorgewinterde polderlopers na meer dan honderd tochten een klein beetje waren uitgekeken op hun Flevopolder. “Het was tijd voor een verfrissing”, legt polderlooppionier Metz uit, “na zoveel jaren raak je zelfs op de mooiste provincie van Nederland een keertje uitgekeken. Bovendien heeft Nederland meer polders dan alleen de grootste polder waar allenpoldertochten tot nu toe door heen hadden gelopen.”
Vlak voor de finish van poldertocht 122 van Maassluis naar Delft troffen de polderlopers het: Chin. Ind. Spec. Rest. De Chinese Muur lag perfect aan de route en bleek nog voldoende plek te hebben voor de uitgehongerde polderlopers. De ware vuurdoop overleefde de chef van De Chinese Muur ruimschoots: hij presenteerde een perfecte Dame Blanche. Een prestatie die op de nodige waardering kan rekenen onder de kenners.